Bloemetjesbehang

december 9, 2007

Mé en pé heetten ze. Net een foto van hun terug gevonden. Beetje wazig en verkleurd, zoals dat hoort bij beelden van de doden. Hij kijkt ernstig in de lens. Met trieste ogen. Zij glimlacht, fijntjes. De blik onverschrokken, zoals ze zelf was.

Mé en pé woonden om de hoek. Altijd waren ze er. Tot hun tijd ineens was opgebruikt en hun adem, hun zweet, hun lijfgeur verdampte tot een herinnering te ijl om grijpbaar te blijven. Maar op de foto zijn ze er nog, voor eeuwig samen. Hij met zijn trieste, zij met haar onverschrokken blik.

Mé hield van behangen. Er stond altijd wel een kamer in de steigers, tot ergenis van Pé die zo op zijn rust was gesteld.

Bloemetjepatronen, hield ze daar niet het meest van? Ik zie wild slingerende rode rozen en oranje tulpen. Gouden orchideeën en roze margrieten.

Maar de muurbloem in hun kleine wereldje was hij. Altijd stil, altijd toegeeflijk. Meer dan een kelige ‘hm’ kreeg je doorgaans niet van hem te horen. Als je hem een jenevertje aanbood, humde hij wat vrolijker. En dan was hij weer weg, naar huis of ergens anders. De wandelende hummer.

Intussen beoefent hij al jaren de eeuwige rust. Zonder driest behangende furies in zijn buurt.

En zij, zij zeult nog steeds met rollen, borstel en lijm. Want ook daar, aan de andere kant, moeten muren nodig opgefleurd worden.

GeHa


Wat drijft ons?

december 9, 2007

Vanmiddag ga ik filosoferen. Elke eerste zondag van de maand wordt in Café Den Hopsack in Antwerpen een filosofisch café gehouden. Gewone mensen zoals u en ik, die Hegel van Kierkegaard niet kunnen onderscheiden, dialogeren er over vragen als ‘Kan je geloven in niets?’ of ‘Wat drijft ons?’

Misschien moet ik daar straks wel iets serieus zeggen.

Als dat geen angstaanjagende gedachte is.