Van pedologen en pederasten

december 6, 2007

Belde A. daarnet met de vraag wat een pedoloog precies is. Een voetendokter, dacht ik, maar toch maar van Dale er bij gehaald. Niet dus. De pedologie is de studie en behandeling van psychisch gestoorde kinderen.

Deed me onwillekeurig denken aan die Nederlandse auteur die, gevraagd om een bijdrage voor een boek over pedofilie, volgend zinnetje inleverde: “Als mijn moeder me als kind wat vaker naar de pederast had gestuurd, had ik nu niet zo’n slechte voeten gehad.” Of woorden van die strekking.

Vind ik grappig, zie.

GeHa


Hiphop is geen muziek

december 6, 2007

A. schiet veel te snel op. Zijn jongenslijf kan het tempo nauwelijks bijhouden. Vel over been is hij nog, een slungelige Biaffratiener met een ongewone voorkeur voor The Stones en The Kinks. Zijn vrienden vinden het maar niets. Kinky die muzikale voorkeuren van hem. Behalve die ene, met wie hij een eigen groepje heeft opgericht: The Generation, naar dat nummer van The Who. “De wie?”, vragen de vrienden. “Precies”, zegt hij en lacht. Er schuilt een aangenaam soort superioriteit in apart-zijn. Gelukkig wordt individualiteit gewaardeerd in de peer group. Zelfs overwoekerd met een fijn laagje acné blijft hij een well respected man.

Pa vindt het allang oké. Pa is apetrots. “Er zijn slechts twee zekerheden in het leven”, declameert hij al jaren. “Eén: we gaan allemaal dood. Twee: hiphop is geen muziek.” Dat de kroonprins voorlopig enkel de laatste stelling tot zich heeft genomen, stoort hem niet. Elke veertienjarige waant zich de facto onsterfelijk, net als de rock-‘n-roll. Wie kan daar wat op tegen hebben?

Maar vel over been is hij, gevolg van die absurde natuurwet die zegt dat de puberteit zich vooral in de verticaliteit moeten uiten. K., dat is de koningin-moeder in onze kleine bijenkorf, buigt echter voor geen enkele wet. Zorgelijk heeft ze een dieet voor hem bij elkaar gegoogled: noten, roomboter, melkbroodjes en volle yoghurt. Gezonde vettigheden om A.’s lijn weer wat in de breedte uit te smeren. Daarnaast is ze ook aan het bakken geslagen, als extra boost voor zijn sputterende BMI.

”Mmm, appelcake?”, pols ik, terwijl ze een heerlijk geurende, goudgele stronk uit de oven vist.
”Daar-blijf-jij-met-je-fikken-van-af-cake”, snauwt ze.

”Kom nou,” smeek ik, “één stukje kan toch geen kwaad?

”O nee? Hoeveel kilo’s moet je nog kwijt?”

”Euh…”

”Precies, drink jij nog maar een glaasje water.”

”Jij legt hier duidelijk gewicht in de schaal, pa”, zegt A. met zijn bakkes vol suikerzoet gebak.

Hij komt niet meer bij, de afvallige.


Geile Diana

december 6, 2007

De lijn Antwerpen-Gent. Warme lijven, dicht opeengepakt. Voortdenderend bij gratie van de nationale maatschappij. Zurig zweet, de stank van apathie. Nietszeggende gesprekken die ternauwernood het verlangen naar thuis camoufleren. De trein is altijd een beetje lijden.
Links. Een lange Hollander biedt een dame op leeftijd zijn zitplaats aan. Elegant mantelpakje, grijzig kapsel in de vorm van een motorhelm. “Wat galant. U bent nog een echte heer”, zegt ze, tevreden een grote handtas op haar schoot nestelend.
“Ik doe dit alleen voor knappe dames als u”, glimlacht hij.
“En ik ben nog wel overgrootmoeder”, kirt ze.
“Dan bent u beslist ouder dan vijftig. Dat verrast me.”
Ze bloost: “Er staat al heel lang een zeven voor. Vergis u niet.”
Rechts. Twee jonge meisjes. “Moet je horen wat hier staat”, zegt de een, zwaaiend met haar tijdschrift. “Mannen zijn van oudsher jagers, ook en vooral in de liefde.”
Haar vriendin werpt haar een blik vol walging toe. “Moet ik jongens op mij laten jagen? Ik mag er niet aan denken. Ik jaag liever zelf. Eerlijk gezegd, ik doe niets anders.”
Beeld dat zich opdringt aan het geestesoog: meisje wurmt zich bronstig snuivend door een dansende mensenmassa. Haar ogen flitsen in het rond, een geile Diana op zoek naar gewillig mannenvlees.
“Misschien, komt het er gewoon op aan jongens te laten denken dat ze op je jagen”
, zegt de eerste nadenkend.
“Maar natuurlijk”, knikt de geile Diana opgelucht. “Dat is het.”
“Het ene spoorwegstation is hier al troostelozer dan het andere”, zegt de metgezel van de lange Hollander. “Gruwelijk gewoon.”
“Grijs en grauw”, beaamt de lange ernstig. “Dat is België.”
De dame met het motorhelmkapsel knijpt haar lippen samen tot een stijve grimas. Ze heeft haar handtas nog geen moment los gelaten.

GeHa